logo

Grijze zeehond

Vissen bereiken vanuit zee nauwelijks het IJsselmeer.

Vanaf februari liggen ze met zijn tienduizenden tevergeefs voor de sluizen te wachten.
Daaronder glasaaltjes, die zesduizend kilometer hebben gezwommen om in het IJsselmeer volwassen te worden. Wat daar aan vis zit houdt niet over. Er zit hoofdzakelijk pos - een baarsachtige die door aalscholvers wordt gegeten. Terwijl het visbestand in het IJsselmeer volgens de Europese waterrichtlijnen eigenlijk groter en vooral veel diverser moet worden.
Ook verderop in het IJsselmeer is het vaak onmogelijk voor vissen om paaiplaatsen te bereiken.
Zalmen in de Waddenzee, die naar zoetwater smachten, willen via het IJsselmeer en de IJssel naar de Rijn, om zich stroomopwaarts voort te planten.

Duitsland bouwt daartoe veel visvriendelijke passages. Maar het is weinig effectief als hier de voordeur dicht blijft. Eerder onderzoek liet al zien dat van de honderd passages door dijken, sluizen en gemalen in het IJsselmeergebied er slechts drie visvriendelijk zijn. Men is begonnen om van de harde dijk een minder onneembare barrière te maken. Het openzetten van de sluizen is de eenvoudigste en goedkoopste maatregel. Als er geen scheepvaart is, kunnen we de schutsluizen openen om de vis binnen te laten. De vissen hunkeren ook voor de twee, veel grotere sluiskokers op Kornwerderzand aan de Friese kant en Den Oever aan de Noord-Hollandse zijde. Daar wordt tweemaal per dag IJsselmeerwater op de Waddenzee gespuid.

Sterke zwemmers als zalm en zeeforel komen met een beetje geluk nog wel tegen deze enorme spuiwaterstroom in gezwommen. Maar zwakke zwemmers als glasaal , spiering en stekelbaars lukt dat niet. En dat niet alleen: omgekeerd belandt ook een massa zoetwatervis in de Waddenzee.
Pos, snoekbaars, blankvoorn en brasem vormen direct voer voor de meeuwen en krabben.
Als tweede maatregel gaat Rijkswaterstaat daarom in 2014 bij wijze van proef deze spuisluizen iets eerder openzetten, om de slome zwemmers meer kans te geven. Bij vloed staat de Waddenzee immers hoger dan het IJsselmeer: dan komen de glasaaltjes gemakkelijker binnen. Er mag echter niet te veel zout Waddenwater in het IJsselmeer stromen want het IJsselmeer is onze nationale regenton.
Twee miljoen mensen zijn er van afhankelijk voor drinkwater en we hebben zoet water nodig om de verzilting van de rivieren te bestrijden.

Een afvoerbuis door de afsluitdijk moet de oplossing bieden. Bij eb staat het water in het IJsselmeer hoger en het achter de sluis verzamelde zoute water moet via de buis terugstromen de Waddenzee.
Aan de Noord-Hollandse kant, bij Den Oever werkt men bovendien aan een andere constructie om de zwakke zwemmers uit de Waddenzee te lokken: een bak met zoet water in het IJsselmeer. En wel zo dat het peil daar altijd hoger is dan in de Waddenzee. Daardoor stroomt constant zoet water zachtjes naar de Waddenzee. Glasaaltjes en stekelbaarsjes worden verleid hier tegenin te zwemmen.
Eenmaal in de bak in het IJsselmeer belandt, kunnen de visjes via een onderin aangebracht kattenluikje wegzwemmen.

In april 2014 begint de bouw van deze vispassage en van de zoutwaterafvoersystemen. Samen met het visvriendelijke sluisbeheer zullen zo duizenden vissen per uur - van sterke zalmen tot en met nietige stekelbaarsjes - het IJsselmeer moeten bereiken is de verwachting.

Uittreksel uit een artikel in De Volkskrant van 28 december 2013

Leo Niessen