logo

Een tijd geleden las ik op een van de vliegvisforums dat de schrijver langs een wetering in Wilnis aan het vissen was en door 'de hopman' van een groep vliegvissers gevraagd was of er ruimte was voor die vissers om er aan de gang te gaan. Hij was maar een stuk verder gaan vissen. Maar hij was wel heel erg kwaad geworden toen die hopman hem ook nog durfde te vertellen dat hij misschien beter op een iets andere manier kon gaan vissen. Nou ja zeg!

Die hopman was Piet, een van de instructeurs van de vliegvisschool van de VNV. Piet vist al zo'n dertig jaar of meer in Wilnis, en is de beminnelijkheid zelve. Hij weet echt waarover hij het heeft als hij over vliegvissen begint. Maar ja, sommige vliegvissers hoef je nu eenmaal helemaal niets meer te vertellen. Net als dat jochie van 17 die al helemaal niet op wat aanwijzingen zat te wachten. Hij viste per slot van rekening al een jaar met de vlieg! Dat moet een natuurtalentje zijn, want ik begon echt pas na een jaar of zes, zeven redelijk en voortdurend vis te vangen.

De vliegvisserij is veranderd, niet alleen in Wilnis, maar overal. Ik doe het nu meer dan 35 jaar en ik heb het echt zien veranderen. Daar is niets mis mee, zaken ondergaan nu eenmaal de drang om te veranderen, te vernieuwen, te verbeteren. Ik viste in de begin jaren met een holglashengel van acht voet voor een lijn zes. Uitsluitend met droge vliegen en van de eerste juni tot eind oktober, van het begin van het visseizoen tot de kou de voorns naar de diepte dwong. Toen verdrongen de carbonhengels in een paar jaar de holglashengels, ze werden daarna steeds lichter en veel strakker. De polders veranderden door ruilverkaveling, peilaanpassingen, bedrijfsvergrotingen en -sluitingen, door de verkoop aan natuurbeheerders, door de milieuwetgeving en de komst van de rivierkreeften en aalscholvers. De visserij veranderde door de nimfvisserij en vooral door de goudkopnimfen. Er kwamen ook steeds meer vliegvissers, waaronder een aantal die wilde bewijzen dat ze met vliegvissen ook geen moeite hadden, dat ze betere vissers waren dan anderen en daarom met respect behandeld moeten worden. Nu moet je respect wel verdienen en niet afdwingen, vind ik, maar dat terzijde.

Het belangrijkste is wel gebleven: dat je het gaat doen omdat het leuk is, omdat je altijd moet lopen, werpen, kijken, strippen, en direct reageren. Je kunt niet met je blik op oneindig en de hersens op nul wegzakken in gelukzalige lethargie, totdat een pieper je weer bij de les roept. Hou me ten goede: dat kan overigens ook echt heel lekker zijn, maar dat werkt niet zo bij het vliegvissen. En het moet je een zorg zijn wat een ander er van vindt, het is gewoon een heel fijne manier van vissen.

Daarom is de VNV (Vereniging Nederlandse Vliegvissers) een vliegvisschool begonnen. In die geest. Dus om anderen ook deelgenoot te maken van deze manier van vissen, van ons plezier. Dat gebeurt twee keer per jaar, in telkens vier zaterdagen. De eerste morgen besteden we aandacht aan de uitrusting: hengel, reel, vliegenlijn, leader en we maken met de twintig cursisten de hengels klaar. Backing op de reel, lijn aan de backing, lijn op de reel en leader aan de lijn. Intussen vertellen we wat voort typen hengels, reels en lijnen er bestaan en hoe je ze heel kunt houden bij het in elkaar zetten, uit elkaar halen en vervoeren.

In de middag beginnen de werplessen en vertellen we over vliegen, over vliegbindgereedschap en materiaal. Een eerste vliegje wordt gebonden. De 20 deelnemers zijn dan verdeeld over vier groepen die ieder een ronde tafel bemant, waarbij ook een instructeur hoort.

De tweede zaterdag wordt in de morgen telkens afwisselend werples, bindles en wat achtergrond over gegeven over vis die met de vlieg te vangen is. In de middag gaan ze voor het eerst de polder in, in kleine groepjes, want zo wil het bestuur van HSV Wilnis dat. En terecht overigens, want met zijn allen op een kluitje vliegvissen is niet erg leuk, noch productief en het ergert ook andere vissers.

De derde zaterdag beginnen we met het zoeken van wat er in het water zoal leeft. Met een netje, een witte bak en vergrootglazen gaan de cursisten de sloten bemonsteren. Want kunstvliegen imiteren de insecten en andere diertjes in het water en dan is het toch belangrijk als je weet hoe die er uit zien, hoe die zwemmen, wat voor kleur ze hebben en hoe groot die zijn. Dan weer werpen, vliegbinden en ‘s middags weer vissen. De laatste zaterdag krijgt men de laatste werp en bindlessen en wordt er de hele middag gevist. In de polders rond Wilnis.

Wat mij is gaan opvallen zijn de 'fouten' van de beginnende vliegvissers. Het zijn natuurlijk geen echte fouten, maar voor het vliegvissen onhandige gewoonten, overgehouden van de andere manieren van vissen. Zo zal een volleerde witvisser in het begin een plek zoeken waar hij kan inwerpen en daar de rest van de tijd blijven staan/zitten. Niet kijken naar beweging in het water of zichtbare vis, niet doorlopend als er een tijd niets te beleven valt en stug de bodem afvissend. Want een witvisser blijft op zijn stek. Daar ligt immers het voer op de bodem, dat de vis naar die stek moet lokken.

Een kunstaasvisser zal in het begin altijd de achterwaartse worp uitvoeren als het naar achteren brengen van de hengel om de voorwaartse worp met veel pit te kunnen inzetten. Maar als de lijn zich achter niet strekt, krijg je die nooit goed naar voren. Verder zal hij de vlieg veel te snel terugvissen. Een spinner moet nu eenmaal gaan draaien en een plug kantelen. En dat gebeurt nu eenmaal niet als ze niet snel genoeg door het water gaan. Dat een vlieg juist zo aantrekkelijk kan zijn omdat ze langzaam en subtiel bewogen kan worden, weten ze nog niet.

Een kunstaasvisser loopt wel en zoekt de vis op, alleen letten ze niet zo op kringen en andere tekenen van visleven.

Een karpervisser is net als de witvisser ook heel standvastig. Die gooien echter nog wel eens de lijn uit en wachten op de dingen die komen gaan. Vliegvissen houdt vooral ook in: kijken, zoeken, proberen en actief blijven!

We proberen ze te leren dat je op de eerste plaats moet vissen waar de vis is, niet waar die misschien straks wel gaat komen. Daarbij zijn er twee zaken die je in de gaten moet houden: het wateroppervlak en de diepte. In het oppervlak zie je waar er kringen zijn, waar de waterplanten staan en zeggen en rietpollen uit het water komen. Maar als de vis hoog zwemt, moet je niet met goudkopjes vissen en als de vis bij de bodem aast niet met droge vliegen. De juiste diepte is net zo belangrijk als de juiste afwerpplaats. De diepte controleer je met een aantal zaken. Als eerste met je vlieg. Droge vliegen drijven en met de verzwaring van je nimfen kun je variëren. Zo kun je het aantal slagen en de dikte van je lood of koperdraad veranderen, met glas of met metaalkralen werken en zelfs daarin is keuze: loodhagel, messing of tungsten kralen. Dan zijn er verzwaarde leaders te koop: dat is de steeds dunner wordende verbinding tussen vliegenlijn en vlieg en ook drijvende of zinkende vliegenlijnen. Maar voor de polder gebruiken we drijvende lijnen en normale leaders, die je kunt laten drijven of laten zinken door er lijnvet op te smeren of met fluorcarbon tips uit te rusten. Een beetverklikkertje (eigenlijk een soort drijvertje) helpt om de vlieg niet te ver te laten zinken en ook om de aanbeet goed te kunnen zien.

Gelukkig treffen we in de polder maar zelden figuren aan zoals Piet, onze 'hopman', tegenkwam. De meeste vissers vinden het leuk om de beginners aan het werk te zien en geven tips waar ze vis weten te zitten. Want het is natuurlijk belangrijk dat iedereen minstens zijn eerste vis met de vlieg vangt, liefst nog veel meer. En dat lukt ook zo goed als altijd wel.

We zijn blij dat er bijna nooit strebers naar de cursus komen. De meeste deelnemers zijn wat ouder, hoewel je vanaf je zestiende mee kan doen. En na afloop blijkt telkens weer dat iedereen het een geweldige cursus vond, gewaardeerd met een cijfer tegen de negen op een schaal van 1 tot 10. En voor de kosten hoef je het niet te laten: Euro 165,00 inclusief al het materiaal en de leenuitrusting, lunch en koffie of thee en een jaar lidmaatschap van de VNV. Dat betekent onder meer vier bladen (80 pagina's A4 in full color, vol met verhalen, tips, nieuws, etc.) en een boek in december.

We hopen nog lang te gast te zijn bij HSV Wilnis en geen problemen te ontmoeten als we weer met een groepje een plekje zoeken om nieuwe vliegvissers een paar voorns te laten vangen. Aan u zal het niet liggen, toch?

Met vriendelijke groet van Paul Blokdijk.