logo

Ik herinner mij nog goed de eerste keer dat ik in Wilnis kwam om te vliegvissen. Het is wel bijna 40 jaar geleden, maar het beeld van de lichtblauwe lucht, de groene weiden met de zwartbonte koeien, de vele sloten en de dijk van de Geer in de verte met de boerderijen en de bomen er omheen, staat me nog goed voor de geest. Het was voorjaar, begin juni moet het geweest zijn, want we hadden toen nog de gesloten tijd. Ik was er met mijn buurman, die mij de fijne kneepjes van het vliegvissen in de polder ging bijbrengen.
Mijn eerste vis op de vlieg (een red tag) was een ruisvoorn, van 32,5 cm.
Dat waren nog eens tijden!

Maar was dat wel zo? In die tijd was er nog geen goed werkende wetgeving voor oppervlaktewater vervuiling en er waren ook geen mestbesluiten. De landherinrichting of ruilverkaveling was al in volle gang en de peilverlagingen waren allang besloten. Maar nog niet uitgevoerd.
Onbewust van het onheil wat boven onze hoofden hing, vingen we veel en soms ook heel mooie vis. De dertig plus ruisvoorns waren niet echt een zeldzaamheid en de jaren met zo'n tien, twintig van die vissen waren geen uitzonderingen! Van de 800 tot 1000 vissen hoor, dus ook toen waren lang niet alle vissen joekels!
Maar, terwijl het water langzaam voedselarmer en schoner werd, werd de inrichting en het beheer van het water alsmaar slechter voor de vis en beter voor de boeren en de natuurbeheerders.

Wat is er zoal gebeurd in de laatste jaren? Ik heb de peilverlagingen en de herinrichting al genoemd. Sinds de zestiger jaren van de vorige eeuw zijn de boeren steeds minder gaan varen en meer met de tractor gaan rijden. Die is sneller en sterker dan een praam met een buitenboordmotortje. Daarvoor moesten er dammen en bruggen komen om de weilanden te kunnen bereiken. Omdat de tractoren steeds groter en zwaarder werden moest het land ook wat steviger worden, anders zakt de zaak weg in het blubberige veen. Met het waterschap werd afgesproken dat het waterpeil altijd 60 cm onder het maaiveld zou worden gehouden.  
Veen klinkt in als het water verdwijnt. Niet alleen dat het indikt, maar het oxideert ook, dat wil zeggen dat de koolwaterstof verbindingen waaruit het veen bestaat (oude plantenresten) uiteenvallen in water en CO2. Water wordt weggepompt en CO2 verdwijnt  in de lucht. De grootste CO2 producenten van Nederland zijn de veenweide gebieden!

Grasland klinkt in met ongeveer 1 cm per jaar, maar maisland met 8 tot 12 cm! Na ongeveer 10 jaar moet dan het peil wel weer worden aangepast, want anders wordt het land al weer te nat. Door die peilverlagingen daalt ook het grondwaterpeil en komen de koppen van de houten heipalen van boerderijen, stallen en schuren er boven uit en beginnen te rotten. Om dat te voorkomen worden er dammen aangelegd en damwandjes geslagen om het water rond de bebouwing op het oude peil te kunnen handhaven. In de natuurgebieden heeft men graag een hoog peil, omdat de “60 cm regel” verdroging van het gebied tot gevolg heeft, waardoor de kenmerkende veenvegetatie en fauna verdwijnt. Zo ontstaan steeds kleinere watergebiedjes, waarin de vis werd opgesloten, waardoor ze het maar moeten doen met de paai-, schuil-, overwintering- en voedselgebiedjes die in dat stukje water voorkomen. Als ze geluk hebben kunnen ze goed uit de vinnen, maar dat is natuurlijk lang niet altijd het geval.

Intussen hebben veel waterschappen de schouw versoepeld. De schouw is de controle van het waterschap op het onderhoud van de watergangen die in het bezit zijn van de grondeigenaren. Daarbij wordt gekeken of de watergangen goed geschoond zijn, zodat water zonder problemen in en uit kan stromen en of ze op de voorgeschreven diepte en breedte worden gehouden. Eigenlijk zouden voor een peilverlaging alle watergangen uitgediept moeten worden zodat ze na de peilverlaging weer de voorgeschreven diepte hebben, maar dat gebeurt helaas nooit! Door de versoepeling is het effect eigenlijk dat bijna alle zijsloten na een peilverlaging nauwelijks nog water bevatten. Daarmee gaat zo langzamerhand tot 80% van de biotoop voor de vis verloren. Dus na een paar jaar zwemt er nog maar 20% van de vis in de polder dan vroeger het geval was. Door het opsluiten van de vis in de kleine compartimentjes treed inteelt op, dat ook de kwaliteit van de vis begint aan te tasten. Door het gebrek aan schuilplaatsen en onvoldoende water van 50 tot 30 cm diepte kan de aalscholver ook zijn gang gaan, zeker als de groei van de ondergedoken waterplanten achter blijft. Aalscholvers vissen niet graag in ondiep water en in water met veel obstakels kunnen ze ook niet in groepen jagen. De verspreiding van de aalscholver is enorm toegenomen en de aantallen nemen ook gestaag toe. In de tachtiger jaren waren ze geconcentreerd rond het IJsselmeer en de Overijsselse plassen, maar nu zitten ze in heel Nederland en heeft iedereen er last van.

Toen kwam de klap op de vuurpijl: de Amerikaanse rivierkreeft. Vermoedelijk zit die al een flink aantal jaren in Nederland, maar de laatste jaren nemen ze enorm toe, vooral in Utrecht en het oosten van Zuid-Holland. Hoe dat komt is nog onduidelijk, maar het zou mij niet verbazen als de terugloop van de visstand door de manier waarop het water in de veenweide gebieden wordt beheerd, er ook iets mee te maken heeft. Met minder grote vis is er ook minder vraat van de kleine kreeftjes.
De kreeften eten alles: waterplanten, visseneieren en broed, waterinsecten, slakken, mosseltjes, echt alles. En als het op raakt lopen ze over land naar de volgende sloot. De overgebleven vissen zijn in de kale sloten en weteringen een nog eenvoudiger prooi voor de aalscholvers. Kortom: ga maar ergens anders vissen, want dit is de doodsteek voor de visserij in de veenpolders.

De vraag ligt voor de hand: wat kun je er aan doen? In Noorwegen weten ze dat wel: gooi Rodinol in het water en als het is uitgewerkt en weggespoeld, dan zet je na een paar jaar weer vis uit, want met Rodinol roei je al het leven in het water uit. Hoewel, hier drinken de schapen en koeien ervan en de wet op het oppervlakte water is ook nog al duidelijk. De bioloog van het waterschap zegt: baars en snoek uitzetten. Willen die er echt toe doen dan moeten die ongeveer 30 cm lang zijn, is in Amerika gebleken en zul je dertig tot vijftig kilo per ha moeten uitzetten. Waar haal je die tonnen grote baars en snoek vandaan die nodig is om Utrecht en Zuid-Holland van de rivierkreeften te ontdoen? En wat dacht je van de kosten: minstens zeven a acht euro per kilo!

Ik denk dat we moeten beginnen de biotoop van de vis te herstellen en de vis beter  beschermen. Minimaliseer het aantal peilgebieden, diep alle zijsloten uit zodat er weer vis kan zwemmen, waardoor er veel meer vis komt die achter de kreeften aan kan gaan. Een strenge schouw is daarvoor noodzakelijk. Dat heeft ook nog meer voordelen, omdat het zelfreinigend vermogen door het volume van het water toeneemt en de polders kunnen dan tevens bijdragen aan het bergen van water voor te natte of te droge tijden.

Verder is de regulering van de aalscholver populatie ook een optie in een tijd dat er nog maar zo weinig vis is overgebleven. Vis die ook nodig is om de muggen in toom te houden, die anders een grote plaag zullen worden. Malaria en knokkelkoorts zijn ziekten die door muggen worden verspreid en met de klimaatwijzigingen komen die ziekten  dichterbij. In Duitsland kunnen ze de rivierkreeft redelijk beheersen door vraat van de vis en het vangen van de kreeften door beroepsvissers. De kreeften smaken namelijk voortreffelijk.

 Dat zou hier ook wel een deel van de oplossing kunnen zijn, maar iedereen hikt tegen het schoonmaken van de beesten aan. Kennelijk snappen ze dat in Duitsland en Zweden beter, want ze betalen daar wel Euro 20,00 voor een kilo rivierkreeft. De vereniging van beroepsvissers en de Unie van Waterschappen zouden eens moeten kijken hoe ze dat probleem kunnen aanpakken. Uiteindelijk is de Europese Kaderrichtlijn Water heel duidelijk over flora en fauna van de watergangen en hoort de rivierkreeft niet bij de gewenste soorten, gezien de ecologische schade die ze aanrichten.  

Maar ja, wie maakt zich druk om de rivierkreeften en de vis in de polder? Heb je er al iets over gelezen in de dagbladen, het Visblad, de bladen van de landschappen, Natuurmonumenten of Natuur en Milieu? Het zal wel net zo gaan als in de zestiger jaren, toen de watervervuiling de pan uitrees. Het duurde tot het eind van de zeventiger jaren voor er maatregelen werden genomen. Als je dat doortrekt naar de toekomst duurt het dus nog zo'n 15 jaar voor er echt actie ondernomen wordt.

Jammer van die mooie polders!!

Met groet van Paul Blokdijk